Paracetamol en zwangerschap: wat zegt het Deense onderzoek naar eierstokken?

Paracetamol en zwangerschap zijn opnieuw in het nieuws. Een Deens onderzoek legt een verband tussen gebruik tijdens de zwangerschap en verschillen in de ontwikkeling van eierstokken bij meisjes. Misschien heb je zelf paracetamol genomen tegen hoofdpijn of koorts. Een bericht over kleinere eierstokken kan dan behoorlijk binnenkomen.
De belangrijkste nuance vooraf: dit onderzoek toont niet aan dat paracetamol deze verschillen veroorzaakt. Ook is niet aangetoond dat de onderzochte meisjes later minder vruchtbaar zijn. Dat maakt de bevindingen niet onbelangrijk, maar wel anders dan een voorspelling over jouw baby. Bij Verloskundigen Lelystad vinden we het belangrijk om die verschillen uit te leggen, naast de adviezen die nu beschikbaar zijn.
Wat hebben de Deense onderzoekers onderzocht?
De studie heet COPANA en is in september 2026 gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Human Reproduction Open. Onderzoekers van een ziekenhuis in Kopenhagen volgden zwangeren en onderzochten daarna hun dochters. In totaal deden 685 zwangeren mee aan de onderzoeksgroep; 302 meisjes kwamen terug voor onderzoek rond de leeftijd van drie maanden.
De moeders vulden tijdens de zwangerschap elke twee weken vragenlijsten in over medicijngebruik. Daarnaast werd een urinemonster uit het begin van de zwangerschap onderzocht op paracetamol. Bij de meisjes keken de onderzoekers met echografie onder meer naar het volume van de eierstokken en de baarmoeder. Ook onderzochten ze hormonen en het aantal zichtbare follikels: kleine blaasjes in de eierstokken waarin eicellen zich kunnen ontwikkelen.
Dit was een observationeel onderzoek. De onderzoekers schreven geen paracetamol voor en verdeelden de zwangeren niet door loting over een medicijngroep en een controlegroep. Ze vergeleken wat in het dagelijks leven was gebeurd. Die opzet kan verbanden zichtbaar maken, maar maakt het lastiger om te bepalen waardoor een verschil ontstaat.
Ook belangrijk: niet bij alle 302 meisjes lukte iedere meting. Er waren bijvoorbeeld metingen van het eierstokvolume beschikbaar bij 203 meisjes en van het baarmoedervolume bij 230. De groepen achter afzonderlijke berekeningen waren dus kleiner dan het totale aantal deelnemers. De volledige opzet staat in de oorspronkelijke publicatie van Fischer en collega’s.
Wat betekent “40 procent kleiner” in dit onderzoek?
Van de 302 moeders rapporteerden 159 paracetamolgebruik tijdens de zwangerschap. De onderzoekers maakten onderscheid tussen eerste gebruik vóór 17 weken en eerste gebruik vanaf 17 weken. Bij 143 moeders was geen gebruik gerapporteerd. Niet iedere uitkomst hoorde bij dezelfde blootstellingsperiode.
| Wanneer begon het gebruik? | Welke meting verschilde? | Geschat verschil |
|---|---|---|
| Vóór 17 weken zwangerschap | Volume van de eierstokken | Ongeveer 0,11 cm³ kleiner; circa 40% relatief verschil |
| Vóór 17 weken zwangerschap | Volume van de baarmoeder | Ongeveer 0,18 cm³ kleiner; circa 13% relatief verschil |
| Vanaf 17 weken zwangerschap | Aantal zichtbare follikels | Ongeveer één follikel minder; circa 23% relatief verschil |
De “40 procent” betekent dus niet dat 40 van de 100 baby’s schade hebben. Het is een schatting van een relatief verschil in een orgaanmeting tussen groepen. Het betekent evenmin dat iedere dochter van een moeder die paracetamol gebruikte kleinere eierstokken had. De schattingen hebben bovendien onzekerheidsmarges.
De onderzoekers hielden in hun berekeningen rekening met verschillende kenmerken van moeder en kind. Daarmee probeer je groepen beter vergelijkbaar te maken. Zo’n correctie is nuttig, maar verandert een groepsverband niet in een voorspelling voor één kind. Ook zijn 17 weken geen bewezen grens tussen “veilig” en “onveilig” gebruik: het was een indeling voor dit onderzoek.
Kleinere eierstokken zijn niet hetzelfde als verminderde vruchtbaarheid
De onderzoekers maten kenmerken van de ontwikkeling van voortplantingsorganen. Ze maten niet of deze meisjes op volwassen leeftijd zwanger kunnen worden, hoeveel kinderen zij later krijgen of wanneer hun overgang begint. Dat zijn andere vragen waarvoor langdurig vervolgonderzoek nodig is.
Ook een telling van follikels op een echo is niet hetzelfde als een telling van alle eicellen die een meisje heeft. Op een echo zijn bepaalde follikels zichtbaar; de totale voorraad wordt daarmee niet rechtstreeks vastgesteld. Een verschil in zo’n meting mag daarom niet worden vertaald naar eenzelfde percentage minder eicellen of minder kans op een zwangerschap.
De onderzoekers keken daarnaast naar gegevens uit een andere Deense onderzoeksgroep, waarin meisjes tot later in hun ontwikkeling werden gevolgd. Bij sommige metingen werden ook kleinere orgaanvolumes gevonden. Dat maakt vervolgonderzoek zinvol, maar deze tweede groep was geen exacte herhaling van COPANA. De manier waarop pijnstillergebruik was geregistreerd verschilde en omvatte daar ook andere pijnstillers. Niet alle bevindingen werden op dezelfde manier teruggevonden.
De passende conclusie is daarom niet “er is niets aan de hand”, maar ook niet “paracetamol maakt meisjes onvruchtbaar”. Er is een onderzoekssignaal over ontwikkeling. De betekenis voor de gezondheid en latere vruchtbaarheid van individuele meisjes is nog niet vastgesteld.
Waarom kunnen we nog geen oorzaak aanwijzen?
Wie paracetamol neemt, doet dat meestal vanwege een klacht. Hoofdpijn, andere pijn, koorts of een infectie kunnen samenhangen met andere omstandigheden tijdens de zwangerschap. Daardoor kan een verschil tussen gebruikers en niet-gebruikers niet automatisch aan het medicijn worden toegeschreven. Dit wordt vertekening door de reden van gebruik genoemd.
De onderzoekers probeerden hiermee rekening te houden. Toch waren bijvoorbeeld de precieze ernst en duur van alle klachten niet volledig bekend. Ook blijven andere verschillen tussen gezinnen mogelijk. Verder kwamen de deelnemers uit één ziekenhuis en waren verschillende aandoeningen en complicaties uitgesloten. De uitkomsten zijn dus niet zonder meer toepasbaar op alle zwangeren.
Een ander aandachtspunt is het aantal berekeningen. Als onderzoekers veel uitkomsten en subgroepen vergelijken, kunnen sommige verschillen door toeval opvallend lijken. Bovendien hingen resultaten deels af van de gekozen analyse. Een urinemonster biedt aanvullende informatie, maar is een momentopname en vertelt niet precies hoeveel medicatie iemand de hele zwangerschap gebruikte.
Dit zijn geen redenen om het onderzoek weg te schuiven. Het zijn redenen om zorgvuldig te blijven in de conclusie. Ook onafhankelijke deskundigen wijzen op deze onzekerheden in hun reacties op de studie. Voor een behandeladvies telt het geheel van onderzoek mee, niet alleen één opvallende uitkomst.
Wat adviseren Nederlandse medicijninstanties?
In de Nederlandse adviezen die we op 11 september 2026 hebben geraadpleegd, blijft paracetamol de eerste keuze wanneer tijdens de zwangerschap een pijnstiller of koortsverlager nodig is. De boodschap is niet om het zonder aanleiding te gebruiken. Het gaat om een afweging tussen de klachten, de noodzaak van behandeling en zorgvuldig medicijngebruik.
Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen adviseert gebruik alleen wanneer nodig, zo kort mogelijk en in een zo laag mogelijke werkzame dosering. Lees de bijsluiter en overleg bij twijfel met je arts, verloskundige of apotheker. De Europese medicijnautoriteit EMA geeft vergelijkbare algemene uitgangspunten.
Let daarbij ook op de datum van deze adviezen. Het aangehaalde CBG-bericht is uit september 2025 en de EMA-pagina is in januari 2026 bijgewerkt. Beide dateren van vóór deze nieuwe Deense studie. We hebben geen afzonderlijke beoordeling van de nieuwe bevindingen over eierstokken bij deze instanties gevonden. Hun bestaande advies mag dus niet worden beschreven alsof dit onderzoek al officieel is beoordeeld en terzijde geschoven.
“Eerste keuze” is ook geen garantie dat een medicijn onder alle omstandigheden zonder risico is. Het betekent dat het volgens de beschikbare adviezen de aangewezen optie is wanneer behandeling nodig is. Pijn en koorts kunnen zelf eveneens gevolgen hebben; niets behandelen is niet automatisch de verstandigste keuze.
Lees ook onze algemene uitleg over paracetamol tijdens de zwangerschap.
Wat als je al paracetamol hebt genomen?
Misschien probeer je na het lezen van de nieuwskop terug te halen op welke dag je een tablet nam. Uit deze studie kun je niet afleiden dat jouw kind schade heeft opgelopen. De uitkomsten geven geen persoonlijke risicoberekening voor één tablet, een bepaald merk of een specifieke week van jouw zwangerschap.
Je hoeft ook niet zelf uit de onderzoekstabel af te leiden of je gebruik “veel” of “weinig” was. Daarvoor is die tabel niet bedoeld. Als je je zorgen maakt, bespreek dan je werkelijke gebruik en de reden daarvoor. Een opmerking zoals “ik nam drie dagen iets tegen hoofdpijn” is een nuttiger begin van dat gesprek dan proberen je situatie in een onderzoekspercentage te plaatsen.
Verander medicatie die je met je behandelaar hebt afgesproken niet op eigen initiatief. Stap ook niet zomaar over op ibuprofen, naproxen of diclofenac: andere pijnstillers hebben hun eigen risico’s tijdens de zwangerschap. De informatie van Lareb over pijnstillers tijdens de zwangerschap licht die afweging toe.
Heb je aanhoudende of terugkerende klachten, laat dan de oorzaak beoordelen door je huisarts of verloskundige. Bespreek behalve de pijnstiller ook wat er aan de klacht zelf kan worden gedaan. Je hoeft niet te wachten tot een volgende geplande zwangerschapscontrole wanneer klachten of ongerustheid eerder aandacht vragen.
Zo bereid je een gesprek over medicatie voor
Een nieuw onderzoek kan vragen oproepen waar geen eenvoudig ja-of-neeantwoord op bestaat. Een gesprek wordt concreter als je kort opschrijft wat je gebruikt hebt. Dat hoeft geen perfect overzicht te zijn: geef aan wat je weet en waar je niet zeker van bent.
- Welke klachten had je en wanneer begonnen die?
- Hoeveel weken zwanger was je ongeveer?
- Welk middel gebruikte je, hoeveel per keer en op hoeveel dagen?
- Welke andere medicijnen, verkoudheidsmiddelen of supplementen gebruik je?
- Zijn de klachten verdwenen, teruggekomen of erger geworden?
Neem zo nodig de verpakking mee of maak een foto van de naam en sterkte. Sommige combinatieproducten bevatten ook paracetamol. Als je meerdere middelen gebruikt, kun je daardoor ongemerkt dubbel innemen. Laat je apotheker meekijken wanneer je twijfelt. De medicijninformatie op Apotheek.nl benadrukt daarom dat je geen verschillende paracetamolbevattende middelen moet combineren.
Je kunt bijvoorbeeld vragen: “Is een pijnstiller voor deze klacht nodig?”, “Hoe lang kan ik dit in mijn situatie gebruiken?” en “Wanneer moet ik opnieuw bellen?” Vraag om uitleg als een advies niet duidelijk is. Een bruikbaar plan zegt niet alleen wat je kunt doen, maar ook wanneer de klacht opnieuw beoordeeld moet worden.
Wanneer moet je direct bellen?
Laat nieuws over medicatie niet de aandacht afleiden van ernstige klachten. Bel direct je verloskundige of gynaecoloog bij heftige of toenemende hoofdpijn, sterretjes of wazig zien, of pijn boven in je buik. Vooral vanaf twintig weken zwangerschap kunnen dit belangrijke waarschuwingssignalen zijn. Ze hoeven niet allemaal tegelijk aanwezig te zijn. Wacht niet eerst af of paracetamol helpt. Deze signalen staan ook in de informatie over klachten tijdens de zwangerschap.
Bel bij koorts voor advies je huisarts of verloskundige. Bel dezelfde dag je huisarts of huisartsenpost als je je erg ziek voelt, nauwelijks drinkt of heel weinig plast. Bel bij koorts met benauwdheid direct de huisarts of huisartsenpost; bij ernstige benauwdheid of bewusteloosheid bel je 112. Vermoed je dat je te veel paracetamol hebt ingenomen, bel dan direct de huisarts of huisartsenpost, ook als je nog geen klachten hebt.
Voor niet-dringende vragen aan Verloskundigen Lelystad bel je 085 40 19 095. Voor dringende zwangerschapsklachten gebruik je ons spoednummer 06 53 65 91 91. Ben je bij een andere praktijk of in het ziekenhuis onder controle, volg dan de belafspraken van je eigen verloskundige of gynaecoloog.
Conclusie: een onderzoekssignaal, geen oordeel over jouw baby
Het Deense onderzoek voegt nieuwe informatie toe over mogelijke verbanden tussen paracetamolgebruik en de ontwikkeling van voortplantingsorganen bij meisjes. Het laat geen oorzakelijk verband of verminderde vruchtbaarheid op volwassen leeftijd zien. Ook geeft het geen persoonlijke voorspelling voor een kind van wie de moeder paracetamol heeft gebruikt.
De beschikbare Nederlandse adviezen ondersteunen zorgvuldig gebruik wanneer het nodig is. Bespreek aanhoudende klachten, onzekerheid of eerder afgesproken medicatie met je verloskundige, huisarts of apotheker. Zo krijgt zowel het nieuwe onderzoek als jouw eigen gezondheid de aandacht die nodig is.
Deze blog is informatief en vervangt geen persoonlijk medisch advies. De bronnen en medicijnadviezen zijn geraadpleegd op 11 september 2026.
De onderzoeksuitleg is een Nederlandstalige bewerking en duiding van Fischer en collega’s (2026), COPANA, DOI: 10.1093/hropen/hoag073, gepubliceerd onder CC BY 4.0. De formulering en praktische toelichting zijn aangepast voor deze blog; dit is geen letterlijke vertaling of goedkeuring door de onderzoekers.
Blijf op de hoogte!
Volg ons voor meer informatie over zwangerschap en geboortezorg.
Met lieve groeten,
Verloskundigen Lelystad
